8 jaar bij Fysius 

Interview met Jochem van Rijt

Hoe was het toen jij (in 2012) begon bij Fysius?
Ik ben met drie andere collega’s in Tilburg begonnen, waar ik nog steeds
zit. We begonnen gelijk met een volle agenda, want er was van tevoren al
marketing uitgegaan dat er een nieuwe vestiging zou openen. Dus je
begint je eerste werkdag met allemaal gratis rugadviezen, de weken erna
worden dat allemaal intakes en daarna worden het allemaal
behandelingen. Dat is wel even gek, zo op een nieuwe locatie. Nog geen
patientenbestand, nog geen cliënten, het was allemaal nieuw, alleen maar
nieuwe mensen die voor het eerst hier komen. Normaal gesproken kom je
in een praktijk waar al een aantal therapeuten werken en daar kom je dan
tussen. De clienten zijn dan soms ook al in behandeling of kennen de
praktijk al via via. Dit was echt totaal anders.

Hoe heb jij je verder ontwikkeld als Rugexpert?
Door meer uren te maken word je steeds zekerder in je handelen. Je
overlegt met collega’s, je doet meer opleidingen in de richting van de rug
en de nek, maar je maakt vooral meters. Gewoon mensen behandelen en
daarin vertrouwen krijgen. De hulpmiddelen die je op de vestiging hebt die
helpen je, die maken het makkelijker. Een spinal mouse geeft meer inzicht,
een OriGENE (waar het in het begin van Fysius met name om draaide), kan
je goed helpen, maar uiteindelijk gaat het toch om de mensen waar je mee
moet werken. En dat kun je beter als je gewoon langer dit werk doet.

In de loop der tijd zijn er veel dingen veranderd bij Fysius. Kun je je
bepaalde ontwikkelingen herinneren?
Ik vind dat Fysius zelf steeds professioneler is geworden. Een belangrijke
stap daarin is het opleidingscentrum en het geven van opleidingen. Ook
verhuisde het hoofdkantoor naar een andere locatie, waardoor er een
praktijk bij het hoofdkantoor kwam. Ik denk dat dat hielp aan het
verkleinen van de afstand tussen management en werkvloer en dat het
ook heeft bijgedragen aan het vormen van een geheel.

Ervaar je dat allemaal als positieve ontwikkelingen?
Ja, zeker.

Sinds het begin is Fysius enorm gegroeid. Inmiddels hebben we 35
vestigingen door heel Nederland. Hoe heb jij deze groei ervaren?
Het maakt niet heel veel uit voor mij. Het is wel een organisatie onder één
vlag, maar voor mij gebeurt het werk op de praktijk in Tilburg, met de
collega’s hier. En als dat team goed draait, en de collega’s willen van elkaar
leren, dan kun je per vestiging het niveau omhoog tillen.
En of het dan 30 praktijken zijn of straks 100; voor mij maakt het niet uit.

Je voelt je dus wel echt deel van een team op de vestiging waar je nu
zit?
Ja, zeker. Sinds een paar jaar is dat heel stabiel. Ik denk dat dat ook wel een
belangrijke factor is voor succes; als je kennis en mensen weet vast te
houden, een team hebt dat goed bij elkaar past, dan haal je daar denk ik
het beste uit.

Wat maakt dat het een goed team is?
De onderlinge verschillen denk ik. We zijn niet bang om van elkaar te leren.
Ook al zijn we allemaal wat ouder (niemand is hier onder de 30) en zitten
we al wat langer in het vak – er is genoeg te leren. Dus je daar voor open
stellen helpt enorm.

Wat voor teamklimaat is er?
Heel open denk ik. Het loopt allemaal heel harmonieus. In de pauze kan er
gekletst worden over huiselijke dingen, maar voor hetzelfde geld wordt er
even een cliënt besproken. Cliënten worden ook bij elkaar in de agenda
gepland, met een vraag “kijk daar eens naar”, of we gaan met collega’s
samen een cliënt zien. Ik denk ook dat je bij elkaar in de behandelkamer
moet komen, wil je elkaar’s sterke en minder sterke punten weten. En als
je dat van jezelf en van de ander weet, dan kun je bij een intake heel goed
inschatten of een cliënt bij jou past, of beter bij een collega. Daar geven we
elkaar ook de ruimte voor. Dat kan op basis van expertise zijn, zoals dat ik
een cliënt doorstuur naar manueel therapeut Rianne, of dat het gaat om
specifieke schouderklachten, dan stuur ik ze soms naar Martin. Maar het
kan ook zijn dat ik minder een klik heb met een cliënt en weet dat
bijvoorbeeld Jeroen daar meer mee kan. Dus het kan op verschillende
niveaus zijn. Uiteindelijk is de relatie tussen de cliënt en de therapeut, zeker
in de langdurige trajecten, is wat mij betreft het belangrijkste.

Wat heb je in je tijd bij Fysius tot nu toe geleerd?
Veel. Moeilijk te zeggen wat precies, maar ik ben een betere therapeut
geworden, ik heb meer inzicht in mijn eigen handelen. Ook bij mij is de
leercurve geen rechte lijn geweest, en ik heb nog steeds momenten
waarop ik het niet zie of niet snap. Maar soms is dat ook niet nodig om
clienten te kunnen helpen; niet alles in het menselijk lichaam is te
verklaren. Soms is het belangrijk om dat ook los te laten. Dus hoe beter je
dat onder controle krijgt, hoe beter je mensen kunt helpen. Je weet dan
beter wat ze écht willen en kan het andere eruit filteren.

Waar ben je trots op?
Op de cliënten. Met name op die hard werken en naar zichzelf durven
kijken. En die zichzelf daarmee naar een hoger niveau tillen. Want er
komen toch wel gevallen binnen die heel schrijnend zijn, en die alle hoop
bijna verloren hebben. Die hebben dan toch de stap gemaakt om hier te
komen. Ik word er wel warm van als een cliënt aan het eind van een
behandeltraject oprecht dankbaar is voor de behandelingen.

Je hebt ook wel het idee dat je die mensen echt kan helpen?
Zeker. Ja. En hoe langer ik hier werk hoe beter ik kan inschatten hoe ver ik
kan komen met iemand. En verwachtingen aanpassen en aanscherpen is
een belangrijk onderdeel daarvan. Maar er zijn er ook nog bij die mij
verrassen of verbazen, dat ik denk “wat verbetering zit er in, maar we
moeten niet verwachten dat het helemaal over gaat”, die toch na een half
jaar weer terug op hun oude niveau zijn. Dus ja, dat is toch heel mooi.